Category

Nieuws

Vrije artsenkeuze geeft doorslag bij keuze zorgverzekering

By | Nieuws | No Comments

Vrije artsenkeuze geeft doorslag bij keuze zorgverzekering

Vervolgens weegt de premie het zwaarst blijkt uit het promotieonderzoek van Domino Determann.

Mensen die voor de keuze staan een basiszorgverzekering af te sluiten vinden vrije artsenkeuze het belangrijkste. Vervolgens weegt de premie het zwaarst. Weinig mensen laten service van de verzekeraar en kwaliteit van de ingekochte zorg een dominante rol spelen in die keuze. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Domino Determann naar klantvoorkeuren bij zorgverzekeringen.

Het hebben van vrije artsenkeuze is het meest beslissende kenmerk voor de keuze van een basiszorgverzekering. Dit geldt voornamelijk voor respondenten van 45 jaar of ouder, respondenten met één of meer chronische aandoeningen en respondenten met een bruto inkomen van 3000 euro of meer per maand.

De keuzevrijheid is ook een belangrijke voorwaarde voor jongere, gezondere en minder welvarende respondenten. Echter, de hoogte van de maandelijkse premie is voor deze groep de belangrijkste voorwaarde in het maken van hun keuze.

Kwaliteit van zorg

Zorgverleners die zich houden aan eigen kwaliteitsstandaarden en deelname van zorgverleners aan kwaliteitsregistraties zijn voorbeelden van goede kwaliteit van zorg. Verzekeringen van zorgverzekeraars die bij het inkopen van zorg focussen op kwaliteit van zorg worden verkozen boven zorgverzekeringen van verzekeraars met een focus op goedkopere aanbieders.

Premiekorting

De helft van de ondervraagden kiest niet voor een polis met een beperkte keuzevrijheid. Bij dit type polis heeft de zorgverzekeraar afspraken gemaakt met bepaalde zorgverleners.  Dat houdt in dat je met zo’n polis zorg van een beperkt aantal aanbieders volledig vergoed krijgt. Echter een premiekorting van maximaal 15 euro per maand op polissen met beperkte keuzevrijheid kan jongere, gezondere en minder welvarende consumenten motiveren om toch een dergelijke zorgverzekering te kiezen.

In het onderzoek zijn de afwegingen die consumenten maken als zij kiezen voor de basiszorgverzekering in kaart gebracht. Ook is onderzocht of en welke verschillen er zijn in afwegingen op basis van leeftijd, gezondheidstoestand en inkomen. Het onderzoek is verricht onder een representatieve steekproef van ruim 500 Nederlandse volwassenen. Zij hebben een online vragenlijst ingevuld tijdens de tweemaandelijkse periode waarin van zorgverzekering gewisseld kon worden voor het jaar 2015.

Bron: www.fysiovergoedingen.nl

Eerste Nederlands beweegrapport voor kinderen

By | Nieuws | No Comments

Eerste Nederlands beweegrapport voor kinderen

Voldoende bewegen is enorm belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren.

Uit het rapport blijkt onder andere dat de Nederlandse jeugd een voldoende scoort op het gebied van deelname aan sport en actief spelen, zoals buitenspelen.

Voldoende bewegen is enorm belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Daarom is de Nederlandse Physical Activity Report Card voor Kinderen en Jeugd opgesteld op basis van diverse bevolkingsonderzoeken. Het rapport geeft op basis van de best beschikbare gegevens een evidence-informed beoordeling van 9 indicatoren of het gebied van bewegen voor kinderen en jongeren, De resultaten van het Nederlandse onderzoek werden maandag 19 september bekendgemaakt tijdens het drukbezochte symposium in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht. Olympisch kampioen Mark Tuitert overhandigde het eerste Nederlands beweegrapport voor kinderen en jeugd aan ministerie van VWS. “Als topsporter weet ik hoe belangrijk sport en bewegen is. Als boerenzoon speelde ik zelf elke dag buiten toen ik kind was”.

Uit het rapport blijkt onder andere dat de Nederlandse jeugd een voldoende scoort op het gebied van deelname aan sport en actief spelen, zoals buitenspelen. Het merendeel van de Nederlandse kinderen beweegt echter veel te weinig. Hoewel Nederlandse kinderen veel van hun dagelijkse beweging opdoen door bijvoorbeeld fietsen, is dat niet genoeg om aan de beweegnorm van 60 minuten matig tot intensieve fysieke activiteit per dag te komen. Ook kan het bewegen op school beter. Onze infrastructurele faciliteiten om te bewegen scoren voldoende, daar ligt het niet aan!.

Nederland is zowel kampioen in zitten als in sporten zo blijkt uit het rapport. “Onvoldoende bewegen en te veel zitten legt een enorme tijdbom onder de gezondheid van de toekomstige Nederlandse bevolking” aldus Dr Tim Takken, inspanningsfysioloog in het Wilhelmina Kinderziekenhuis en initiatiefnemer van de Nederlandse Physical Activity Report Card voor Kinderen en Jeugd. “Te veel kinderen krijgen te weinig inspannende beweging. Dat is niet alleen slecht voor je hart, vaten en conditie, maar onvoldoende bewegen heeft ook negatieve gevolgen voor leerprestaties, gezond gewicht en gedrag” aldus Dr Takken. Alleen fietsen naar school is dus niet genoeg! Elke dag minimaal 1 uur bewegen moet op het menu van alle kinderen en jongeren komen. Ouders vervullen daar een belangrijk rol in om hun kinderen te stimuleren om buiten te spelen of om samen met hun kinderen te gaan sporten. Slechts 50% van de ouders voldoen zelf aan de beweegnorm.

Het goede nieuws is dat er een aanzienlijk aantal kinderen en jongeren maar een klein zetje in de rug nodig hebben om elke dag voldoende actief te zijn. Het merendeel van de Nederlandse kinderen zit op sport. Van belang is om vooral de adolescenten niet te laten uitvallen in sport en bewegen. Dat kan via sport in de buurt of via de verenigingen, maar ook scholen kunnen hier een belangrijke rol vervullen door middel van aantrekkelijke gymlessen en buitenschools sportaanbod. Het is ook belangrijk dat ouders het goede voorbeeld geven en meer samen met hun kind gaan sporten/bewegen.

De Report Card geeft beoordelingen aan 9 indicatoren voor sport en bewegen. De belangrijkste cijfers zijn:

  • 72% van de Nederlandse jongeren voldoet niet aan de Nederlandse norm voor gezond bewegen;
  • 37 % van de Nederlandse kinderen zit te veel;
  • 80% van de Nederlandse kinderen fietst naar school;
  • 73% van de kinderen spelen actief buiten;
  • 60-80% van de kinderen en jongeren wordt gefaciliteerd of gestimuleerd door familie & leeftijdsgenootjes om te gaan bewegen;
  • 41-60% van de scholen hebben een actief schoolbeleid voor bewegen en/of vakleerkrachten bewegingsonderwijs;
  • 60-80% van de kinderen en jongeren zit op sport;

In de Buurt & Gebouwde Omgeving zijn uitstekende beweeg en sport mogelijkheden;

Het beleid van Overheid & niet-gouvernementele organisaties was niet goed te beoordelen.

Over de Report Card

In de Verenigde Staten en Canada bestaat al meer dan 10 jaar de traditie om jaarlijks een “schoolrapport” te maken van de landelijke prestaties van het beweeg- en sedentair gedrag van de jeugd. In 2012 is het initiatief genomen om dit wereld wijd te doen. Veertig landen in de wereld hebben de handschoen opgepakt, inclusief Nederland. Dit project maakt een wereldwijde vergelijking tussen landen mogelijk en de deelnemende landen kunnen van elkaars successen leren.

Bij het project zijn de volgende organisaties en kennisinstituten betrokken: Wilhelmina Kinderziekenhuis, RIVM, Kenniscentrum Sport, NOC*NSF, Mulier Instituut, KLVO, Jantje Beton, PO-raad en MBO-raad, UMC Utrecht, Universiteit Utrecht, Hogeschool Utrecht, Gemeente Utrecht, Universiteit Maastricht, Vrije Universiteit Amsterdam, en Hogeschool Windesheim.

Download HIER de Nederlandse report card.

Bron: www.fysioforum.nl

Lichamelijke inactiviteit drukt zwaar op economische groei

By | Nieuws | No Comments

Lichamelijke inactiviteit drukt zwaar op economische groei

“We realiseren ons nog veel te weinig welke de risico’s en kosten er verbonden zijn aan inactief leven. Beleidsmakers kijken nog steeds weg.”

Lichamelijke inactiviteit kost de wereldeconomie jaarlijks meer dan 67,5 miljard US dollars aan extra gezondheidszorg en verloren productiviteit. Wetenschapper Willem van Mechelen, hoogleraar van VUmc, neemt deel aan deze eerste wereldwijde studie naar het effect van lichamelijke inactiviteit op de wereldeconomie: “We realiseren ons nog veel te weinig welke de risico’s en kosten er verbonden zijn aan inactief leven. Beleidsmakers kijken nog steeds weg. Met deze resultaten hopen we hen tot plannen te dwingen.” Het onderzoek is vandaag gepubliceerd in The Lancet.

Aan de vooravond van de Olympische Spelen 2016 wordt met een serie publicaties in The Lancet aandacht gevraagd voor het wereldwijde probleem van lichamelijke inactiviteit. Naast het financiële aspect stellen de wetenschappers hier ook de tekortschietende daadkracht van centrale overheden aan de orde. Lichamelijke inactiviteit leidt onder meer tot ziekten als ouderdomsdiabetes, hart- en vaatziekten en sommige vormen van kanker. Dit kost de wereldeconomie jaarlijks meer dan 67,5 miljard US dollars aan extra gezondheidszorg en verloren productiviteit. De berekening van deze kosten is gebaseerd op conservatieve schattingen. Mogelijk liggen de werkelijke kosten hoger. In deze analyse is uitsluitend het effect van lichamelijke inactiviteit op coronaire hartziekten, beroerte, ouderdomsdiabetes, borstkanker en colonkanker geanalyseerd.

Proces keren

Ook laat dit onderzoek zien dat de kosten wereldwijd niet evenredig verdeeld zijn over de nationale economieën. Landen met hoge inkomens dragen door het gebrek aan lichaamsbeweging een veel groter deel van de economische lasten: te weten 80% van de wereldwijde gezondheidszorgkosten en 60% van de kosten als gevolg van productiviteitsverlies. Landen met lage of middeninkomens dragen juist een groter deel (75%) van de ziektelast, uitgedrukt in disability adjusted life years (DALY’s).

Dit wordt veroorzaakt door de verschillen tussen landen in de kosten van behandeling van ziekten en door verschillen in financiering van de gezondheidszorg.

Van Mechelen: “Alhoewel de rijke landen nu voor een groot deel de kosten betalen van lichamelijke inactiviteit, zien we dat de armere landen zich economisch ontwikkelen en een inhaalslag aan het maken zijn. Zij krijgen vroeger of later ook met de aanzienlijke financiële gevolgen van lichamelijke inactiviteit te maken. Zo komen ze dan voor dezelfde kosten te staan. Mogelijk kunnen we dat proces nog keren.”

Bron: www.fysioforum.nl

Waarom je kraakbeen verliest als je niet beweegt?

By | Nieuws | No Comments

Waarom je kraakbeen verliest als je niet beweegt?

Groei-eiwit TGF-beta is essentieel voor gezond kraakbeen.

Het kraakbeen in je gewrichten verdwijnt als je niet beweegt. Maar waarom dat gebeurt, was lang niet bekend. Arjan van Caam en Peter van der Kraan (Reumatologie) en Wojciech Madej en Pieter Buma (Orthopedie) van het Radboudumc toonden aan dat het groei-eiwit Transforming Growth Factor beta (TGF-beta) hierin een essentiële rol speelt. Zij publiceerden hierover in Osteoarthritis & Cartilage.

In kraakbeen zit een grote hoeveelheid inactief TGF-beta opgeslagen. Iedere belasting van het kraakbeen activeert kortstondig een beetje van dit groei-eiwit. Dit vrijkomende TGF-beta stimuleert de kraakbeencellen en zorgt ervoor dat de cellen in het kraakbeen gezond blijven. Kraakbeencellen die een gebrek hebben aan TGF-beta gaan namelijk hun eigen kraakbeen afbreken, wat leidt tot gewrichtsschade.

Het heilzame effect van TGF-beta houdt zichzelf in stand zolang het gewricht maar gebruikt wordt. Belasting van het gewricht stimuleert de aanmaak van meer TGF-beta dat vervolgens wordt opgeslagen in de omgeving van de kraakbeencellen voor toekomstig gebruik. Ook zorgt belasting en regelmatige blootstelling aan TGF-beta ervoor dat de kraakbeencellen gevoeliger worden voor dit groei-eiwit.

De onderzoekers zagen dat bij veroudering het TGF-beta systeem steeds minder goed werkt. Dit kan verklaren waarom veel mensen artrose krijgen op latere leeftijd. Peter van der Kraan: “Deze bevinding toont aan op welke manier belasting je kraakbeen gezond houdt en waarom het ook voor je kraakbeen belangrijk is om in beweging te blijven.”

Bron: www.fysioforum.nl